Poëzie

De weg van Zen

is de weg van Zelfkennis.

Zodra je je zelf vergeten bent

weet je wie je bent

 

Als je jezelf vergeet

ervaar je alle dingen.

Als je jezelf als alle dingen ervaart,

zijn lichaam en ziel van je afgevallen.

 

Als je hier bent

zul je zelfs vrij zijn van verlichting,

maar je zult haar voortdurend realiseren

zonder over haar na te denken.

                                                      Dogen Zenji

 

"OVER ZEN"     (door Daio Kokuchi, 1235-1309)

 

 

 

 

Er is een werkelijkheid die aan hemel en aarde voorafgaat.

Ze heeft geen vorm, laat staan een naam.

Ogen kunnen haar niet zien.

Stil is ze, niet waarneembaar voor oren.

Haar "Geest" of "Boeddha" te noemen komt niet overeen met haar wezen,

ze zou als een afbeelding van een bloem zijn.

Niet Geest of Boeddha is ze;

Volkomen in rust straalt ze op wonderbaarlijke wijze.

Slechts voor het heldere oog is ze waarneembaar.

Ze is de ware "Leer" en werkelijk voorbij vorm en klank.

Ze is TAO, niet in woorden uit te drukken.

Met de bedoeling blinden aan te trekken, liet de Boeddha

speelse woorden aan zijn mond ontspringen;

Sindsdien zijn hemel en aarde overwoekerd door dichte doornstruiken.

O mijn geliefde en eerbiedwaardige vrienden hier bijeengekomen,

als jullie verlangen de donderende stem van de waarheid te horen,

ontledig je gedachten.

Dan kom je zover het ware ZIJN te herkennen.

 

 

 

Veel blijft er voor ons op aarde verborgen, maar in plaats daarvan heeft God diep in onze ziel een mysterieus besef gelegd

van een levende band tussen ons en een andere wereld, een verheven, hogere wereld: onze gedachten en gevoelens wortelen 

dan ook niet hier, maar in die andere wereld.

En het is daarom dat de wijsgeren zeggen dat het wezen van de dingen op aarde niet te vatten is.

God nam zaden uit andere werelden en strooide die op de aarde:

Hij verzorgde zijn tuin en alles wat op kon komen kwam op.

Maar dit gewas  is alleen maar levend en levensvatbaar door het gevoel van verbondenheid

met een mysterieuze, andere wereld.

                                                                                               F.M.Dostojewski

 

 

 

Meester, de maan is zo ver weg,

ik kan er niet bij.

Laat hem dan naar je toe komen.